header

De Geschiedenis van de West-Staten : Na 1915

bijgewerkt t/m 1926

Inleiding

Dit is een beknopt overzicht van de gecombineerde publicaties over de staten in West-NiKublia. Voor 1913 was het beheer in handen van anderen en de geschiedschrijving van de periode daarvoor zal ik nog wel in een ander overzicht zetten. Ik behandeld nu echter alleen het gedeelte vanaf het moment dat ik me zelf met de regio benoemde. De periode 1913-1915 is beschreven in Der Staten Quo no. 0, beter bekend als Geruchten uit Transphormatië, en die kan in die sectie gevonden en gelezen worden. Deze Geschiedenis brengt nu een duidelijk beeld van wat er nu eigenlijk is gebeurd, aangezien mijn eigen publicaties maar een deel van de gebeurtenissen beschrijven.

In de herfst van 1915 vinden er geheime sprekken plaats tussen Gymiot-Kitykki en de Kubliaanse provincie Tikudarn Katile, dat door de veroveringen van West-Onkasië al twee jaar volledig is afgesloten van de rest van Transphormatië, daar geen enkele hulp van krijgt en in haar eentje de strijd probeert te overleven. De twee naties willen nauw gaan samenwerken om sterker te kunnen staan tegen de dreiging van de ONKAS.

Op de eerste dag van het nieuwe jaar 1916 is de vorming van een vrije federatie een feit geworden. Zij hebben haar VEDA genoemd. Direct is er al belangstelling van een van de Oost-Transphormatische staten om lid te worden, want ook zij worden nog altijd bedreigd door de ONKAS en de chaos in de gebieden in Centraal-NiKublia. Kort na deze gebeurtenissen sluiten de Oost-Transphormatische staten tijdens de Conferentie van Magnitz een overeenkomst die de verdeeldheid van Transphormatië bezegeld en zij elkaars soevereiniteit erkennen. De heersers van de staten Nike en Magnitz maken hiervan gebruik, nu ze niet meer hoeven te vrezen voor andere dreigingen, om hun gebied naar het oosten uit te breiden, waar een machtsvacuüm is ontstaan. De natuurramp in de lente heeft weinig effect in NiKublia. Geleidelijk sluiten meer West-Staten zich aan bij de VEDA en is er veel onderling overleg. Er worden enkele onderlinge verdragen gesloten tussen sommige staten.

In de herfst van 1917 huwen Heer Grootvorst Attòyo IX van Gymiot-Kitykki en Vorstin Häppidit van Nike met elkaar, zodat er een losse personele unie tussen de twee staten ontstaat. De Pan-Onkasische Conferentie die aan het einde van het jaar plaatsvind in Oost-NiKublia heeft grote gevolgen. Het initiatief van de ONKAS om op vreedzame wijze de macht te veroveren door een vredesverbond genaamd de NAVO te vormen zorgt voor veel onrust in de West-Staten, die geen vertrouwen hebben in de bedoelingen van de ONKAS. Het overige deel van NiKublia valt verrassend voor het initiatief, maar zij is dan ook veel vermoeider door vele jaren van oorlog. Een groot aantal West-Staten sluit zich per direct bij de VEDA aan, om niet onder de druk van de NAVO te komen en sterker te staan. Er is ook veel onduidelijkheid over zich wie wel of niet bij de NAVO heeft aangesloten en in het jaar dat volgt is er een overdaad aan valse geruchten en propaganda aan beide zijden. Het verziekt het hele politieke klimaat in NiKublia.

In het voorjaar van 1918 fuseren de Bersche staten Obermaypheld en Magnitz tot het Koninkrijk der Bersche Orde onder de Magnitzer Groot-Hertog Orbegil Ursa. Hiermee willen zij een sterk Bersch verband vormen. Het zeer kleine Keizerrijk der Shjaden valt West-Onkasië binnen en ontketent dankzij succesvolle guerilla-tactieken er een grote opstand onder de inheems Dworkins, waarna vanuit Nag'Ma Hyi Pannonitische stammen het zuiden van dat land ook binnenvallen, waarmee de chaos compleet is. De West-Staat Trasu Atene wil niets van al het gedoe in NiKublia weten en wordt lid van de Confederatie Qirqir in het zuidoosten. Intussen worden er nog meer verbonden en overeenkomsten gesloten om voor meer stabiliteit en vrede te zorgen. Het Verdrag van Tir zorgt voor verbeterde en stabielere verstandhoudingen tussen de statenbonden Qirqir, Tómóbec en de VEDA.

In de Centraal-Kubliaanse staat de USA slaat ook de chaos toe als de afwezigheid van de heersers Zebin Al-Goor naar de Pan-Onkasische Conferentie gebruikt wordt om Käppet-al-Heurd, de broer van de Nikense Vorstin Häppidit, weer aan de macht te brengen. Snel ingrijpen van de mede NAVO-lidstaten Lassen en de Unie des Heerschers maken daar weer een einde aan, maar weten de orde niet geheel te herstellen doordat de generaal Macof Crushtodo in het oerwoud het verzet vervolgt. Käppet-al-Heurd vlucht naar zijn zuster in Nike.

Aan het einde van dit buitengewoon rumoerige jaar pogen de VEDA en de NAVO de betrekkingen weer te normaliseren, maar de NAVO blijkt een weerbarstige gesprekspartner te zijn en het niet duidelijk is wat zij willen. Intussen is wel duidelijk geworden wie wel en niet lid is geworden. Het resultaat is enigs opmerkelijk. Falba, één van de lidstaten van de VEDA, blijkt simpelweg van beide federaties lid te zijn en een andere lidstaat, de Unie des Heerschers, blijkt niet te zijn wat zij is en verruilt haar lidmaatschap voor die van de NAVO. Het westelijke deel dat rond de havenstad Eme ligt wil zich daarop afscheiden, maar de vorming van een vrijhavenverbond, de Hanze, waarbinnen zij grote autonomie krijgt, doet de rust weer terugkeren.

Met vijftien lidstaten lijkt de VEDA in 1919 haar maximale grootte te bereiken. Andere staten volgen het voorbeeld van de Bersche Orde. De kleine staten Mistride, Januve en Irce gaan samen tot de democratische Bondsrepubliek Groot-Mistride. De staat Augiasburg wordt eveneens democratisch na een groot verzoek van het volk. De graaf doet afstand, er worden verkiezingen gehouden en een president wordt benoemd, waarna een referendum de naam doet veranderen in Augiaton. In West-Onkasië sluiten de Mavipan, de grootste stam der Pannonieten, en Shjad een verdrag om elkaars invloedsferen in West-Onkasië te bepalen. In West-Onkasië zelf breekt dan ook wanorde uit wanneer de heerser Johan Schimmelvinck spoorloos verdwijnt. Het is in elk geval niet goed voor de ontwikkelingen in het zuiden van dat land. De Mavipan en Shjaden rukken verder op, waar in het zuidoosten de NAVO-lidstaat Ilzeri nog een behoorlijk gebied in handen weet te krijgen.

In de Bersche Orde is het ook allemaal niet koek en ei. Het oosten wordt bedreigd door muggen-plagen en invallen van jungle-strijders; er zijn binnenlandse politieke problemen en dan overlijdt Koning Orbegil ook nog eens wanneer de Bersche Orde het voorzitterschap van de VEDA voor het tweede halfjaar van 1919 bekleed. Zijn zoon Bärmethil, die hem opvolgt, kent een roerig begin van zijn regering. De Berren zijn sowiezo goed de klos, want de elitaire Bersche heersers van de staat Aluaken krijgen te maken met opstand en rellen van de Eluiponkin-stammen, die ook nog eens onderling vechten, die een democratisch bestuur verlangen. De situatie escaleert en de Berren vluchten massaal het land uit. In de lente van 1920 besluit Hertog Canegxi van buurland Teiaton, na onmacht van de VEDA om een besluit te nemen over de situatie, de Teiati-minderheid in Aluaken te beschermen en valt het land met zijn leger binnen. Hij herstelt hardhandig de orde en stelt Aluaken onder het bestuur van Teiaton voor zolang dat nodig is.

In de lente van 1920 sluiten de VEDA en de Confederatie een verreikend economisch pact, waarmee de twee veelvolkerenstaten hun economieën nog verder hopen op te stuwen en een dominante positie in Noord-Pangeo kunnen vestigen. De onderhandelingen blijven echter doorgaan en culmineert een half jaar later in de vorming van een entente tussen de VEDA en Qirqir: De Corpus Gentium. Een jaar later wordt de entente uitgebreid met Frexië.

De Bersche Orde is nog niet door haar crises heen. In het najaar van 1921 wordt er besloten tot een algehele evacuatie uit haar oostelijke gebieden. Bijna 1,5 miljoen mensen moeten in de rest van de Bersche Orde gevestigd worden. Voor de huisvesting van al die mensen moeten steden worden uitgebreid of gebouwd en een giganische operatie gaat van start met internationale hulp. Een lichtpuntje is de aansluiting van de mediterrane Bersche vrije stad Ranzig bij de Bersche Orde.

De Shjaden sluiten een sterk verbond met de Dworkins in het westen van Schaduwland. De territoriale strijd aldaar is in een impasse gekomen nadat de Pannonieten zich verbonden hebben met Peliadisië dat echter een behoudende politiek voert. Er worden lange onderhandelingen gevoerd met alle betrokken partijen die zeer voordelig uitvallen voor Shjad. Zij vestigt een groot federaal keizerrijk met de Dworkins en strekt zich nu langwerpig over Schaduwland uit.

In de voormalige Corridor van West-Onkasië betekent het voorjaar van 1922 grote veranderingen. Het volk heeft gesproken: de noordelijke helft sluit zich aan bij Tikudarn Katile, de zuidelijke bij Teiaton. Alleen Dupliun blijft onafhankelijk als vrije stadstaat onder de leiding van de generaal (en nu Regent) Gabres Nisurni. Een jaar later maakt hij Dupliun tot lid van de Hanze.

Teiaton en Balurn vallen in de herfst van 1922 Nimandraus binnen. Ze zijn de blokkades en het isolationisme zat en besluiten eigenhandig een einde te maken aan het regime. In de herfst van het volgende jaar is het lot van Nimandraus bezegeld en verdelen beide naties het land onderling.

In 1924 vindt een staatsgreep door het leger plaats in het voorheen rustige Triopanun en de macht wordt overgenomen door een junta onder de leiding van Gereto Wildare. Geweldadigheden tegenover Figaansche kooplieden leiden tot een oorlog met Figa die Triopanun verliest. Het oosten van Triopanun wordt door Figa bezet, maar Teiaton sluit een overeenkomst met een neutraal gebleven generaal in West-Triopanun en bezet dat deel. Even lijkt de oorlog over te gaan in strijd tussen Figa en Teiaton, maar intensieve diplomatie door de VEDA bewerkstelligt vrede. De extra half miljoen VEDA gezinde burgers die Figa erbij krijgt en noodlottige verkiezingen in 1927 dwingen de anti-federale regeringspartijen om toch lidmaatschap aan te vragen. In het voorjaar van 1928 treed Figa zelfs toe tot Groot-Mistride en geeft het alle oude onafhankelijkheidspretenties op.

Tikudarn Katile verandert na 1925 onder leiding van President Dannon Teruntali Rimes in 1927 in een polluporische oligarchie onder de leiding van zeven Magnaten die om toerbeurt het presidentschap vervullen, waarbij Rimes zelf een van de zeven is

In Shjad wordt in het najaar van 1925 Prins Tasatkhas, de Minister van Handel en de leider van de Soohjd-Omitische Partij (SOP) vermoord. Hij heeft zoveel vijanden dat de kwestie in de doofpot wordt gestopt. Kort hiervoor is nabij de dorpjes Petrole en Benzine olie gevonden wat een ware strijd veroorzaakt over de exploitatie. De SOP wordt na de dood van Tasatkhas geleid door diens neef Gatarta, wiens activiteiten tot hevige conflicten met de rest van zijn familie leiden.

Get Firefox!
Deze site kan het best bekeken worden in Mozilla Firefox

Valid HTML 4.01 Transitional

Valid CSS!